Ga naar inhoud

Back-up en restore van managed VM's

De core MCP spoke maakt geen back-ups van je VM's (Je workload beheren). De Managed VM-module doet dat wel: die rolt per VM-configuratie een backup vault en een policy uit. Deze pagina beschrijft de standaardwaarden en hoe je een back-up maakt en terugzet.

Back-upoplossingen

Oplossing Wat het is Typisch gebruik
Recovery Services vault (RSV) Volledige VM-back-ups, restore van een hele VM of van een disk De standaardkeuze. Makkelijker te gebruiken dan de Backup Vault.
Backup Vault Snelle, operationele snapshots van de managed disks Restore van één disk

Je kiest de oplossing(en) per VM-configuratie (Aanvragen en wijzigen). Oudere versies van de module gebruikten standaard de Backup Vault. Nu is de standaard de Recovery Services vault. Controleer welke jouw VM's gebruiken.

Standaardpolicy

De standaard van de Recovery Services vault-policy:

Instelling Waarde
Frequentie Elke dag, elke 8 uur
Bewaartermijn instant snapshots 7 dagen
Dagelijkse herstelpunten 28 dagen
Wekelijkse herstelpunten geen
Maandelijkse herstelpunten één, 6 maanden bewaard
Jaarlijkse herstelpunten geen

De RPO (in uren) en de bewaartermijn (in dagen) zijn opties van de VM-configuratie. De bewaartermijn moet meer dan 7 dagen zijn. De RPO van een Backup Vault kan na het instellen niet meer worden gewijzigd. Kies waarden op basis van je classificatie en de hersteltijd die je nodig hebt.

Standaardwaarden zijn keuzes van het platform

Dit zijn de standaardwaarden van de module in de huidige vorm. Je platform kan een andere standaard hebben. Het staging storage account van de vault weigert standaard publieke toegang.

Alerts

De module kan alerten op fouten in de Recovery Services vault: óf op alle mislukte jobs, óf alleen op mislukte kritieke operaties. Vraag je platformteam wat aan staat en wie de alerts krijgt. Behandel een mislukte back-upjob als een incident voor je VM: de volgende restore hangt ervan af.

Een extra back-up maken

Maak vóór een riskante wijziging (een major upgrade, een handmatige wijziging in het OS) een extra back-up.

  1. Activeer de rol Contributor op de spoke in PIM (Toegang, groepen en PIM).
  2. Open in de portal de Recovery Services vault in de resource group van de managed VM.
  3. Ga naar Protected items → Backup items en kies Azure Virtual Machine.
  4. Kies View details bij de VM en kies Backup now in de werkbalk.
  5. Geef op hoe lang de back-up bewaard moet worden.

Een hele VM terugzetten (Recovery Services vault)

Met Replace existing vervang je de VM door een eerdere toestand. Daarmee zet je de VM terug, inclusief alles wat na het herstelpunt is gewijzigd.

  1. Activeer de rol Contributor in PIM.
  2. Stop de virtuele machine.
  3. Open de Recovery Services vault in de resource group van de managed VM.
  4. Ga naar Protected items → Backup items en kies Azure Virtual Machine.
  5. Kies View details bij de VM en kies Restore Virtual Machine.
  6. Kies een herstelpunt.
  7. Kies bij Restore target voor Replace existing.
  8. Kies het staging storage account. Dat staat in de resource group van de Managed VM-deployment en heeft de tag usage = "Recovery Services Vault Staging".
  9. Bepaal bij Skip pre-restore backup of er vóór de restore een back-up wordt gemaakt.
  10. Start de restore. Start de VM als die klaar is.

Een disk terugzetten en bestanden herstellen

Gebruik dit als je alleen bestanden uit een eerdere toestand nodig hebt, of één disk.

Met de Recovery Services vault: kies in stap 7 Restore disk in plaats van Replace existing. Dit maakt een nieuwe disk van het herstelpunt, die je aan de VM koppelt.

Met de Backup Vault:

  1. Open de Backup Vault in de resource group van de managed VM en ga naar Backup instances.
  2. Kies Restore, dan de backup instance (de disk) en het herstelpunt.
  3. Kies de locatie en een naam voor de herstelde disk en kies Validate. Validatie kan een paar minuten duren.
  4. Is de validatie OK, ga dan verder en rond de restore af.
  5. Volg de restore op de pagina Backup jobs.
  6. Open de VM, ga naar Disks en kies Attach existing disks. Kies de herstelde disk.
  7. Zet Host caching op read/write. Ontkoppel eventueel de oude disk.

De module stelt de roltoewijzingen die de Backup Vault nodig heeft al in. Sla dat deel van de Microsoft Learn-handleiding over.

De herstelde disk is een nieuwe disk in de resource group van de VM. Mount hem daarna in het OS (Linux) of zet hem online (Windows). Die stap wordt niet ondersteund door de module of het platformteam: een disk mounten op Linux. Zie ook Besturingssysteem.

Test je restore

Een back-up die je nooit hebt teruggezet, is geen back-up. Zet regelmatig een disk of een test-VM terug en schrijf op wie in welke volgorde terugzet voor jouw workload. Zie Je workload beheren.