Azure Arc voor on-premises servers¶
Met Azure Arc beheer je servers buiten Azure (on-premises of in een andere cloud) met dezelfde Azure-tools als je managed VM's: Update Manager, monitoring, Defender for Cloud en Azure Policy. Gebruik het als de omgeving al infrastructuur heeft. Heb je nieuwe of vernieuwde infrastructuur nodig op verspreide locaties, kijk dan naar Azure Local.
Optioneel en platformspecifiek
Arc-onboarding maakt geen deel uit van de kern van de MCP hub en spoke. Of je platform het ondersteunt, en via welke module of pipeline, verschilt per platform. Deze pagina somt de vragen op die je moet beantwoorden en de gebruikelijke bouwstenen. Details veranderen met de releases van Microsoft: controleer altijd de Azure Arc-documentatie.
Wat je kunt met een Arc-enabled server¶
| Mogelijkheid | Opmerkingen |
|---|---|
| Update Manager | Patch de server met een maintenance configuration, zoals bij managed VM's. |
| Monitoring | Installeer de monitoringagent om logs naar een Log Analytics workspace te sturen. |
| Defender for Cloud | Koppel de niet-Azure-machine via de portal of programmatisch met een extensie. |
| Azure Policy | Controleer de status van de server met machine configuration policies. |
| Run command | Voer PowerShell op afstand uit op de machine. |
| SSH-login | Met een private key of met Entra ID. Controleer of Bastion in jouw situatie Arc-servers ondersteunt. |
| Windows Admin Center | Vereist een actieve Software Assurance-licentie. Remote Desktop en PowerShell in Windows Admin Center vragen om lokale credentials, niet om Entra ID. |
| Azure Site Recovery | Repliceer VMware-VM's, Hyper-V-VM's, fysieke servers en Azure Stack-VM's naar Azure voor bedrijfscontinuïteit. |
Een server onboarden¶
- Maak in de Azure portal met de wizard het onboardingscript aan. Kies subscription, resource group en regio.
- Voer het PowerShell-script uit op de machine. Wie het uitvoert, heeft rechten nodig op de subscription, en de machine heeft uitgaande toegang tot Azure nodig op poort 443.
- Gebruik voor veel servers een service principal voor gescripte installaties van de agent.
Het onboarden zelf is gratis. Sommige services die je erbovenop gebruikt niet: Update Manager wordt bijvoorbeeld per Arc-enabled server in rekening gebracht. Controleer de actuele prijzen.
Netwerkconnectiviteit¶
Alle Arc-verbindingen zijn uitgaand TCP over HTTPS. Standaard gebruikt de agent de default route naar internet. Je hebt drie opties:
| Optie | Opmerkingen |
|---|---|
| Public endpoint (standaard) | Zorg dat de on-premises firewall uitgaand verkeer niet blokkeert. Sta de service tags AzureActiveDirectory, AzureTrafficManager, AzureResourceManager, AzureArcInfrastructure en Storage toe (plus WindowsAdminCenter als je dat gebruikt) of de bijbehorende IP-adressen, en de URL's in de netwerkvereisten (bijvoorbeeld download.microsoft.com en packages.microsoft.com). |
| Proxyserver / Arc gateway | De agent praat met een lokale Arc-proxy, daarna met je enterprise proxy en daarna met de Arc gateway. De Arc gateway is ten tijde van de bron nog in preview. Hij kan niet worden gecombineerd met ExpressRoute, site-to-site VPN of private endpoints. |
| Private endpoint (Arc Private Link Scope) | Stuurt verkeer over ExpressRoute of een site-to-site VPN. Eén private endpoint kan veel servers bedienen. Niet al het verkeer gebruikt het: Azure Resource Manager, Entra ID en het control plane gaan nog steeds via de publieke endpoints, dus sta die toe in je NSG of firewall. Stappen: maak de private link scope aan en configureer daarna DNS-forwarding on-premises. |
Onboarden via de Managed VM-module¶
Waar het platform dit aanbiedt, kan de Managed VM-module (of de bijbehorende pipeline) ook on-premises VM's onboarden:
- Een JSON-bestand somt de machines op en de functies die aan moeten (Defender, monitoring, updates, enzovoort).
- Een DevOps pipeline rolt het uit.
- De module schakelt Update Manager, monitoring en alerting, en Defender for Cloud in voor die servers.
Vraag je platformteam of dit beschikbaar is en hoe de aanvraag eruitziet.