Ga naar inhoud

Base Fabric Data Platform: servicebeschrijving

Deze pagina beschrijft wat het Base Fabric Data Platform biedt, hoe wijzigingen verlopen en waar de grenzen liggen. De andere pagina's gaan dieper in op de details: Aanvragen en wijzigen, Toegang en rollen, Connectiviteit, Monitoring en Kostenoptimalisatie.

Optioneel aanbod, per platform ingesteld

De service wordt door het platformteam geleverd onder een overeenkomst (Beheermodellen). Supporturen, reactietijden, SLA-doelen, contactpersonen en tarieven maken deel uit van die overeenkomst en staan niet in deze documentatie. Waar deze pagina een standaardwaarde noemt, is dat de gebruikelijke waarde van de oplossing. Jouw platform kan afwijken.

In het kort

Datateams krijgen een productieklare, volledig beheerde Microsoft Fabric-omgeving zonder infrastructuurexpertise nodig te hebben. Het platformteam onderhoudt het platform als infrastructure as code met Terraform en rolt het uit via CI/CD- pipelines. Elke omgeving heeft zijn eigen geïsoleerde resources. Alle connectiviteit loopt via het private netwerk van het platform: data wordt niet over het publieke internet getransporteerd. Uitzonderingen worden expliciet genoemd (zie Netwerk en beveiliging) en goedgekeurd door de service delivery manager en de klant.

Waarde Wat het betekent
Dag 1 productiviteit Vooraf geconfigureerde workspaces met capacity, OneLake, Lakehouses en Warehouses, en geautomatiseerde provisioning
Monitoring en alerting Beschikbaarheid en prestaties van de platformcomponenten worden gemonitord, afwijkingen worden gesignaleerd
Governance en beveiliging Entra ID-groepen met role-based access, private endpoints, netwerkisolatie en versleutelde opslag
Time to value Gedeelde infrastructuur en standaardconfiguraties laten nieuwe omgevingen en workspaces snel en consistent uitrollen

Wat er wordt aangeboden

Het platform heeft vier groepen componenten. Zie Architectuur voor hoe ze samenhangen.

Platformservices

Component Beschrijving
Fabric capacity De reken- en factureringseenheid van alle Fabric workspaces. Capacities worden in een gedeelde deployment aangemaakt, zodat meerdere omgevingen er één kunnen hergebruiken, wat de kosten verlaagt. De SKU is configureerbaar binnen de Fabric F-serie en kan worden gewijzigd.
VNet data gateway Een gateway die Fabric outbound connectiviteit geeft naar databronnen in het spoke-netwerk en, via ExpressRoute of VPN, naar on-premises systemen. Hij activeert bij het eerste gebruik en gaat na een periode van inactiviteit slapen om kosten te besparen.

Workspaceservices

Component Beschrijving
Fabric workspace De container voor alle data-items. Toegang wordt geregeld met Entra ID-groepen voor de rollen Admin (optioneel), Contributor, Member en Viewer. Elke workspace heeft een system-assigned managed identity en kan aan een Git-repository worden gekoppeld.
OneLake De standaard data lake-opslag van elke workspace.
Lakehouses Opslag voor analytische workloads in open formaten (Delta). Schema-ondersteuning kan per Lakehouse worden ingeschakeld. Meerdere per workspace.
Warehouses Relationele opslag voor SQL-gebaseerde analyses. De collation is configureerbaar. Meerdere per workspace.

Connectiviteit

Verbindingstype Beschrijving
ADLS Naar containers van het storage account van de omgeving, via de VNet data gateway, met een service principal waarvan de credentials uit de Key Vault komen
SQL Naar SQL Server-databases, via de gateway, met een service principal of met basic credentials uit de Key Vault
Oracle Cloud Storage Naar Oracle Cloud Storage, via de gateway, met basic credentials uit de Key Vault
Workspace naar workspace Managed private endpoints tussen workspaces, zodat Lakehouses en Warehouses van een andere workspace kunnen worden gebruikt
Managed private endpoints Directe private verbindingen van een workspace naar specifieke Azure-resources via Private Link

Details en aanvraagvelden: Connectiviteit.

Opslag

Component Beschrijving
Storage account (data lake) Eén per omgeving. Premium block blob-opslag met hierarchical namespace, zone-redundant, versleuteld met een customer-managed key plus infrastructure encryption, bereikbaar via private endpoints voor blob en dfs. Voor de ADLS-verbindingen die je configureert worden containers aangemaakt.
Key Vault Bevat de encryptiesleutel van het storage account en de credentials waarnaar verbindingen verwijzen. Het is de Key Vault van de spoke.

Optionele bouwstenen

Component Beschrijving Pagina
Capacity auto-pause Pauzeert capacities volgens een dagelijks schema om kosten te besparen, hervatten is standaard handmatig Kostenoptimalisatie
Observability (Managed Grafana) Dashboards en alerts op pipelinefouten uit Log Analytics Monitoring
Governance (Microsoft Purview) Catalogus, classificatie en lineage voor de Fabric workspaces Governance

Dit zijn aparte deployments. Vraag het platformteam of ze deel uitmaken van jouw overeenkomst.

Netwerk en beveiliging

Het platform gebruikt defence in depth: netwerkisolatie, encryptie en toegangsbeheer samen.

Aspect Beschrijving
Inbound Elke workspace krijgt een Private Link Service voor Fabric en een private endpoint in het private endpoint-subnet van de spoke
Outbound Standaard geblokkeerd (outbound Deny). Alleen toegestaan via de aangewezen VNet data gateway of managed private endpoints. Zie Workspace network policy voor hoe dit per workspace wordt ingesteld en voor de beperkingen.
Gatewaybeperking Per workspace is gatewaygebruik standaard geweigerd en is alleen de gateway van de omgeving toegestaan
Git-uitzondering Een workspace met een Git-koppeling krijgt een benoemde outbound-uitzondering voor Git-verkeer. Workspaces zonder Git niet.
DNS Namen van private endpoints worden via de private DNS-zones van het platform opgelost
Toegang voor ontwikkelaars Via VPN of ExpressRoute. Er is geen publiek internetpad voor ontwikkelaars.
Databescherming Beschrijving
Customer-managed key RSA 4096-bit sleutel in de Key Vault met automatische rotatie, gebruikt voor het storage account
Infrastructure encryption Ingeschakeld naast de customer-managed key (dubbele versleuteling at rest)
Soft delete Blobs 90 dagen, containers 95 dagen
Replicatie Zone-redundant (ZRS)
Authenticatie Shared access keys zijn uitgeschakeld op het storage account. Toegang loopt alleen via Entra ID.
Credentials Verbindingscredentials worden in de Key Vault opgeslagen, nooit in code of configuratiebestanden

Afstemming op frameworks

De technische configuratie sluit aan op de CIS Microsoft Azure Foundations Benchmark 2.0, ISO 27001 en de Microsoft Cloud Security Benchmark. Dit betreft alleen de technische configuratie. Formele certificering is een organisatorisch proces en blijft bij de klant.

Hoe wijzigingen verlopen

De coderepository is de enige bron van waarheid. Wijzigingen worden gedaan als pull request op de Terraform-configuratie en door de pipeline uitgerold. Handmatige wijzigingen in de Azure portal of de Fabric portal aan resources onder Terraform- beheer zijn niet toegestaan: de volgende pipeline-run draait ze terug. Zie Aanvragen en wijzigen.

Standaardwijzigingen

Standaardwijzigingen zijn vooraf gedefinieerd en geautomatiseerd via de Terraform-configuratie. Elke volgt het gecontroleerde wijzigings- proces, en het platformteam legt de pull request en de hersteltijd (MTTR) vast in de SLA-rapportage.

Standaardwijziging
Een nieuwe Fabric workspace aanmaken
Rolgroepen van een workspace wijzigen (admins, contributors, members, viewers)
Een Lakehouse aanmaken of verwijderen
Een Warehouse aanmaken of verwijderen
Een ADLS-verbinding toevoegen, wijzigen of verwijderen
Een SQL-verbinding toevoegen, wijzigen of verwijderen
Een Oracle Cloud Storage-verbinding toevoegen, wijzigen of verwijderen
Een workspace-naar-workspace-verbinding configureren
Een managed private endpoint toevoegen of verwijderen
De Git-koppeling configureren of wijzigen
De Fabric capacity schalen of de SKU wijzigen
Een storage container toevoegen via een ADLS-verbinding

SLA-metrics

De beschikbaarheid van het platform wordt gemeten met de onderstaande metrics. De doelen worden per klant afgesproken en vastgelegd in de overkoepelende SLA, niet in deze documentatie.

Metric Meet
Beschikbaarheid Fabric capacity De geprovisioneerde capacity kan workloads draaien
Beschikbaarheid VNet data gateway Netwerkconnectiviteit tussen Fabric en databronnen
Beschikbaarheid storage account De storage accounts die als data landing worden gebruikt
Beschikbaarheid verbindingen De geconfigureerde verbindingen (ADLS, SQL, Oracle Cloud Storage, workspace naar workspace)

Recovery objectives

Metric Doel Basis
RPO maximaal 1 uur Zone-redundante opslag repliceert synchroon over drie availability zones. De platformconfiguratie staat als Terraform in Git. Het uur dekt randgevallen zoals lopende pipeline-runs of niet-gecommitte metadata op het moment van een incident.
RTO maximaal 4 uur De infrastructuur kan in ongeveer 30 tot 90 minuten opnieuw vanuit Terraform worden uitgerold. De rest dekt validatie, het herstellen van verbindingen, het activeren van de gateway en het controleren van end-to-end connectiviteit. Bij een storing van een availability zone die Azure transparant afhandelt, is herstel doorgaans ruim binnen 1 uur.

Reikwijdte van de doelen

RPO en RTO gelden voor de platforminfrastructuur en de data in het storage account. Herstel van dataworkloads (pipelines, notebooks, semantic models, dataproducten) is de verantwoordelijkheid van het workload team en vraagt om eigen herstelplanning op workloadniveau.

Incidentproces

  1. Detectie: platformmonitoring signaleert een afwijking, of jij meldt het.
  2. Triage: het platformteam beoordeelt impact en urgentie.
  3. Oplossing: het platformteam werkt aan herstel en houdt je op de hoogte.
  4. Afsluiting: je hoort de root cause en de genomen maatregelen.

Severities, reactietijden en supporturen komen uit je overeenkomst. In het zelfbeheermodel worden ze door je eigen platformteam gedefinieerd (Incidentmanagement).

Grenzen

Platformteam Workload team
Capacity, gateway, storage account, sleutelrotatie, private endpoints, rolgroepen en verbindingen als code OneLake-inhoud, de data in Lakehouses en Warehouses
Platformmonitoring (capacity, gateway, storage, verbindingen) Workloadmonitoring: queryprestaties, datakwaliteit en versheid
Opnieuw proberen van mislukte baseline pipelines Het dataprobleem oplossen als een nieuwe poging niet helpt
Terraform-pipelines, modules en code Git-repositories van de workload
Technische afstemming op de frameworks Formele compliance en certificering

De volledige verdeling staat op Verantwoordelijkheden.